
Het multidisciplinaire team staat in voor een optimale behandeling van een diabetische voetwonde.
De diabetische voetkliniek is een belangrijke en onmisbare schakel in het behandelingstraject waarbij een wondverpleegkundige, diabeteseducator, podoloog, endocrinoloog, orthopedist en vaatchirurg nauw samenwerken.
Behandeling is gericht op:
-
Lokale wondbehandeling
-
Behandeling van vasculaire insufficiëntie en neuropathie
-
Het onder controle krijgen van infectie
-
En een globale aanpak van de patiënt

Aanbevelingen voor antibiotica zijn:
-
Gebruik geen topische antibiotica, dit verhoogt het risico op resistentie ontwikkeling en contactallergieën.
-
Antibiotica wordt enkel gegeven bij een actieve infectie (zie staalname) en casus specifiek.
-
De initiële aanpak omvat het opstarten van empirische antibiotica (bv. amoxicilline-clavulaanzuur of clindamycine bij penicilline allergie) die in functie van een correcte staalname en gevoeligheidsbepaling van de gekweekte micro-organismen vernauwd dienen te worden.
We verwijzen naar de IDSA richtlijnen voor de principes van antibiotische behandeling volgens ernst van de diabetische voetwonde infectie.
Bron: CID 2023;https://doi.org/10.1093/cid/ciad527
Diabetische voetwonden kunnen zeer pijnlijk zijn voor de patiënt. Soms is het nodig om dit medicamenteus te behandelen met bv. tricyclische antidepressiva, Gabapentine of Pregabaline.
Ook een goede diabetes controle kan de neuropathie stabiliseren.
De benadering van een wonde zal sterk afhangen van de soort wonde.
Het is een methodiek om moeilijke en complexe wonden te beoordelen en te bepalen hoe er een gezonde wond kan ontstaan.

Bronvermelding foto: Merkala
Tissue
Inflammation
Moisture
Edges
De benadering van een wonde zal sterk afhangen van de soort wonde.




Bronvermelding foto's vlnr: startwondverzorging.nl / startwondverzorging.nl / huidinfo.nl / wikipedia
Een goede kennis van wondzorg is belangrijk voor een correcte aanpak van een diabetische voetwonde. De behandeling is steeds casus specifiek en eventueel in samenspraak met de (wondzorgverpleegkundige van de) diabetische voetkliniek. De aanpak berust op x peilers
-
Ontlasting van de aangetaste voet = off loading
-
Wondbedvoorbereiding
-
Debridement
-
Wondverbandkeuze
Ontlasting is soms nodig om een wonde te voorkomen of te laten genezen. Onderstaand keuzemenu is behulpzaam om een juiste keuze te maken. Offloading is steeds in samenspraak met de arts via de voetkliniek.


De behandeling van een diabetische voetwonde omvat meer dan alleen een wondzorg of het herstellen van vasculaire problemen. De patiënt zijn situatie moet in totaliteit worden bekeken en behandeld:
-
Strikte metabole controle
-
insuline is soms nodig
-
-
Strikte controle van cardiovasculaire risicofactoren
-
bloeddruk moet onder controle zijn
-
lipiden
-
-
Voedingsstatus
-
Mentale weerslag
-
sociaaleconomische factoren hebben een sterke invloed op het genezingsverloop
-
heeft de patiënt een netwerk of mantelzorg?
-
Diabetes tast niet enkel de bloedvaten in de onderste ledematen aan, maar ook in de andere vaatgebieden. Elke diabetes patiënt dient dus te worden beschouwd als iemand met een verhoogd vasculair risico en dient zo te worden behandeld:
1) Medische behandeling
-
Globale benadering en controle van de vasculaire risicofactoren zijn altijd aangewezen
-
Vaso-actieve middelen hebben een beperkte plaats in de behandeling van diabetes vaatlijden
2) Heelkundig
Herstel van de bloedvoorziening naar de ischemische voet geeft betere oxygenatie van de weefsels waardoor de wondheling wordt bevorderd. Bij diabetespatiënten worden voornamelijk distaal gelegen bloedvaten getroffen. Gepaste heelkundige technieken zijn bv. stenting, open revascularisatie met lichaamseigen materiaal, allogreffen of prothesemateriaal.
-
End of life vraagt een individuele aanpak. Bij het overgaan van onderstaande aanbevelingen dient geanticipeerd te worden met patiënt en familie.
-
Nevenwerkingen of gebrek aan verbetering van de symptomen? Overweeg het stopzetten van de antibiotica.
-
Deel altijd een stopdatum mee.
-
Overweeg alternatieve middelen zoals spierrelaxantia, analgetica en antipyretica om infectie gerelateerde symptomen op te heffen.
-
Familie, patiënt en zorgverlener maken een gemeenschappelijke beslissing inzake antibioticatoediening.
-
Laat de beslissing om een behandeling te stoppen bij de patiënt.
-
Is er nood aan hospitalisatie of een andere toedieningsvorm? Bespreek huidige en toekomstige behandelingen.
-
Flare-ups kunnen acuut en kortstondig behandeld worden als symptoombestrijding.
-
Escaleer niet routinematig naar een breder spectrum antibioticum
Ref: Good practice recommendations for use of antibiotics towards the end of life, Healthcare Improvement Scotland, SAPG, 2020
